Belangrijke aanbevelingen bij het gebruik van valbeveiligingsmateriaal:
Stel de valrisico’s op de werkplek en de weg ernaar toe vast en evalueer deze.
Bepaal het meest geschikte valbeveiligingssysteem voor het uit te voeren werk en stel een reddingsplan op die nodig is bij een eventuele val.
Voer vóór elk gebruik een visuele inspectie uit van het te gebruiken valbeveiligingsmateriaal.
Lees vóór gebruik van het valbeveiligingsmateriaal de bijbehorende gebruikershandleiding.
Controleer of de sluiting van de Karabijn- en veiligheidshaken gesloten en geblokkeerd zijn.
Bevestig Valstopapparaten op zodanige wijze dat slingerende bewegingen tijdens een val voorkomen worden.
Bevestig valbeveiligingslijnen en valstopapparaten bij voorkeur aan de rug D-ring van de harnasgordel.
Gebruik een Valbeveiligingslijn waarbij de afstand van de D-ring van de broekgordel tot aan het verankeringspunt niet langer is dan 2 meter. Indien grotere werkafstanden noodzakelijk zijn dient u een Valstopapparaat te gebruiken.
Maak, bij voorkeur, gebruik van een Permanent Verankeringen dat door een professionele installateur is aangebracht en die voldoet aan NEN-EN 795.
Gebruik, bij voorkeur, een verankeringspunt dat zich boven het bevestigingspunt (D-ring) van de broekgordel bevindt.
Bevestig uzelf nooit aan een wankel object dat zelf kan vallen of omvallen zoals een vrijstaande ladder.
Voorkom elke aanraking van de valbeveiligingslijnen of valstopapparaten met scherpe randen en hoeken die het materiaal kunnen beschadigen.
Verzeker u ervan dat de valweg vrij is van obstakels.