.
Home
Veilig werken op hoogte
Flyer arbeidsmiddelen VSB
Professioneel gebruik ladders en trappen
Veilig gebruik rolsteigers
Arbeidsinspectie controleert rolsteigers
Arbeidsinspectie stuurt brief naar schilders
Val van het dak in de bouw vooral door gebrekkige veiligheidsplannen
Klimmiddelen zelden oorzaak ongeval
Ontbreken regels oorzaak helft bouwongelukken
Arbeidsinspectie gaat schilders controleren
Werken op hoogte wint aan veiligheid
Jaarverslag Arbeidsinspectie 2006
Richtlijn Werken op hoogte
Voorwaarden VSB





Veilig werken op hoogte >

Veilig werken op hoogte met Skyworks

Veilig werken op hoogte - de ladder als werkplek

Er is veel veranderd op het gebied van wet- en regelgeving met betrekking tot het gebuik van de ladder als werkplek. Het gebruik van een ladder is niet meer zo vanzelfsprekend gebonden aan veel regelgeving. Om gebruikers wegwijs te maken hebben de werkgevers, branche-organisatie en de overheid onderstaand protocol opgesteld.

Via schema 1 'Beoordeling keuze arbeidsmiddel' kunt u tijdens de werkvoorbereiding eenvoudig bepalen of de ladder als werkplek in aanmerking komt. Daarna kunt u via schema 02 'Beoordeling werkplek ladder' bepalen of de ladder op de betreffende werkplek veilig te gebuiken is. 

 Schema 1: Beoordeling keuze arbeidsmiddel in werkvoorbereiding bij werken op hoogte

Uitgangspunt is het gebruik van een veiliger arbeidsmiddel dan een ladder. Als de gebruikelijke afwegingen bij de RI & E leiden tot de conclusie dat de keuze van een veiliger arbeidsmiddel op bezwaren stuit, moet getoetst worden op de onderstaande randvoorwaarden. Voor uitleg moet van de verwijzingen moet de tekst van de notitie worden geraadpleegd.

Redelijkerwijsprincipe:

schema_1.gif

 
Schema 2: Beoordeling werkplek ladder

Als op grond van schema 01 is geconcludeerd dat het gebruik van de ladder onverwijdbaar en onder bepaalde condities mogelijk is, moet schema 2 worden doorlopen.

schema_2.gif
 
Toelichting beoordeling werkplek ladder

Bij de werkvoorbereiding wordt op grond van een 'Beoordeling keuze arbeidsmiddel' bepaald welk arbeidsmiddel voor het werken op hoogte wordt ingezet. Als de conclusie is dat geen ander arbeidsmiddel kan worden ingezet dan de ladder en als het verantwoord wordt geacht om de ladder in de omstandigheden van het geval met de nodige veiligheidswaarborgen in te zetten dient ter plaatse nog te worden getoetst of de feitelijke omstandigheden overeenkomen met die waarvan bij de werkvoorbereiding is uitgegaan. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de 'Beoordeling werkplek ladder'.
Het schema van de 'Beoordeling werkplek ladder' is zo ingericht dat bij het doorlopen direct kan worden afgelezen of de inzet van een ladder is toegestaan (GROEN). Eerst worden in de RI&E en in het plan van aanpak de noodzakelijke maatregelen in de werkvoorbereiding getroffen. Voor die gevallen waarin de RI&E niet voorziet wordt in het schema bij hogere risico's aanbevolen om in de werkvoorbereiding dan wel voor de aanvang van de uitvoering beheersmaatregelen te nemen en met de betrokken werknemers te overleggen. Bij gewijzigde of niet voorziene omstandigheden op de werkplek dient de werknemer met de leidinggevende te overleggen (ORANJE). Als de risico’s zeer hoog zijn, is af te lezen dat de inzet van de ladder niet is toegestaan (ROOD).
De inzetbaarheid van de ladder als werkplek wordt aldus ter plaatse getoetst op grond van de aspecten: stahoogte, nodige statijd, krachtuitoefening, reikwijdte, windkracht en omvang en gewicht van voorwerpen. De aspecten, die in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd, worden hier kort toegelicht onder 6.1 tot en met 6.5.

6.1 Stahoogte. De aanvaardbaarheid van de stahoogte wordt altijd beoordeeld in samenhang met de nodige statijd (zie hierna). Op brancheniveau zal deze samenhang nader worden uitgewerkt. Indien de stahoogte tussen 2,5 en 5 meter is, kan de ladder worden ingezet, uiteraard mits ook aan de overige criteria is voldaan (6.2 tot en met 6.5). Bij een stahoogte tussen 5 en 7,5 meter (met inachtneming van bestaande beleidsregels omtrent maximum sta- of werkhoogte) moet – in samenhang met de overige aspecten – worden bezien of het nodig is om het valrisico af te wenden door het nemen van beheersmaatregelen. Bij een stahoogte van meer dan 7,5 meter is het gebruik van de ladder niet toegestaan. Slechts bij hoge uitzondering wordt hiervan door middel van een project RI&E afgeweken.

6.2 Nodige statijd. De aanvaardbaarheid van de statijd wordt altijd beoordeeld in samenhang met de stahoogtecriteria (zie hiervoor). Indien kortdurende werkzaamheden worden gepland (minder dan 2 uur effectieve statijd), kan de ladder worden ingezet, mits ook is voldaan aan de overige criteria (6.1, 6.3, 6.4 en 6.5). Bij een statijd tussen 2 en 4 uur moet – in samenhang met de overige aspecten – worden bezien of het nodig is om het valrisico af te wenden door het nemen van beheersmaatregelen. Bij een statijd van meer dan 4 uur is het gebruik van de ladder niet toegestaan. Slechts bij hoge uitzondering kan hiervan worden afgeweken, mits door het nemen van beheersmaatregelen het valrisico afdoende kan worden afgewend. Onder statijd wordt verstaan: effectieve statijd, de optelsom per project van alle tijdsduren van het staan op de ladder.

6.3 Krachtuitoefening. Indien vanaf de ladder fysiek zware arbeid moet worden verricht, dan geldt voor het trekken en duwen het volgende. In beginsel kan, indien de krachtuitoefening minder is dan 50 N, de ladder worden ingezet, mits ook is voldaan aan de overige criteria (6.1, 6.2, 6.4 en 6.5). Bij een krachtuitoefening tussen 50 en 100 N, moet – in samenhang met de overige aspecten – worden bezien of het nodig is om het valrisico af te wenden door het nemen van beheersmaatregelen. Bij een krachtuitoefening van meer dan 100 N is het gebruik van de ladder niet toegestaan.Slechts bij hoge uitzondering kan hiervan worden afgeweken, mits door het nemen van beheersmaatregelen het valrisico afdoende kan worden afgewend.
Per sector zal worden afgesproken welke concrete grenzen bij de krachtuitoefening worden gehanteerd.

6.4 Reikwijdte. De reikwijdte is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden die vanaf de ladder moeten worden verricht. Bij werkzaamheden op de ladder geldt het criterium één armlengte. Indien meer reikwijdte nodig is, moet de ladder worden verplaatst. Hiervan kan nooit worden afgeweken.

6.5 Windkracht. De maximale windkracht waarbij nog op hoogte mag worden gewerkt, is 6 Bf.

6.6 In diverse branchespecifieke convenanten worden afspraken gemaakt ten aanzien van de maximum omvang en het maximum gewicht van voorwerpen, waarmee op de ladder mag worden gewerkt.

 
Tags:


print deze pagina
Steigers
Doorwerksystemen
Ladders & Trappen
Hangbruginstallaties
Valbeveiliging
Hoogwerkers
2006 Login